‘t is mooi geweest.

Ik stop ermee.
Het webloggen heeft mij veel leuks, veel nieuws en zelfs een heuse vriendin gebracht.
Maar nu is het mooi geweest.
Ik heb geen zin meer om verhalen over mijn eigen leven te publiceren.
Ik heb geen zin meer om mensen een kans te geven een oordeel over mijn doen en laten te laten vellen.
Ik heb geen zin om een logje te schrijven over het alledaagse gebeuren, daar loopt weblogland al van over.
Ik heb al helemaal geen zin om me opnieuw te verdiepen in het wel en wee van onze nieuwe huisstijl.
Ik heb er gewoon geen zin meer in.
Persoonlijk vind ik het best jammer, gezien ikzelf behoorlijk tevreden kon zijn over de tekst die moeiteloos uit mijn vingertoppen gleed, maar daar zal ik wel een andere oplossing voor kunnen vinden.

Voorlopig staat er bij mij veel op de to do lijst.
Een scan wordt eindelijk gemaakt om zo te zien wat er mis met mij is en wat niet.
Daarop volgend zal een herstelperiode komen met of zonder een operatie.
Een grote reis staat geplant met die ene man die dik een jaar geleden mijn leven is binnen komen stormen.
Mijn eigen bedrijfje moet een energieboost hebben.
Een cosmetische ingreep staat op de kalender voor volgend jaar.
Die nieuwe auto gaat er dit jaar ook nog komen.

Dus je ziet…. zat om over te schrijven, maar helaas zal het niet meer voor een miljardenpubliek worden.
Af en toe zal ik nog wel eens ‘binnen’ wippen bij die paar weblogs die mij hebben blijven boeien en ik zal ook hier en daar een antwoordje achterlaten.

Dus dit was het…
Ik hoop dat ieder die mijn weblog in alle stilte hebben gevolgd, deze keer een kleine note achterlaten, ‘t is altijd leuk om te weten waarom ik toch een bezoekersaantal van 400 per dag haal…   ;-)

Zoet of zuur??

Vanmiddag lag de LINDA. weer bij me in de brievenbus.

Een beetje verveeld (geloof me, na 6 exemplaren lijken ze allemaal op elkaar) bladerde ik het tijdschrift door.

Een column van Saskia Noort trok mijn aandacht.

Ik heb namelijk onlangs een boek van haar gelezen (De Eetclub, overigens een echte aanrader) welke ging over geld, villa’s, rijke vrouwen en sex.

Gek genoeg koppel je zo’n verhaal aan de schrijfster en ik zag deze Saskia als een ietsie ruige schrijfster.

Wat scherts mijn verbazing nou… Saskia omschrijft zichzelf als een zoet meisje.

Zo’n persoon die haar uiterste best doet om aardig gevonden te worden.

Iemand die tijdens een etentje altijd naast die ene persoon zit waar niemand naast wil zitten.

Iemand die kookt voor mensen die nog nooit voor haar hebben gekookt.

Iemand die de geschonken wijn drinkt die niet te zuipen is en ze is iemand die naar oervervelende verjaardagen van oervervelende kinderen gaat.

De laatste zin van haar column is:

Ik glimlach naar degenen die me kwetsen, terwijl het eelt op mijn ziel langzaam dikker wordt, totdat ik het aandurf een echt kutwijf te zijn en NEE durf te zeggen met heel mijn hart.

Tsjee… terwijl ik die column las bedacht ik me.. ik ben dus een kutwijf.

Ik ga namelijk tijdens een etentje echt niet naast die ene persoon zitten waar niemand naast wil zitten.

Hallo zeg, ’t is ook mijn etentje!

Als ik voor mensen kook (’t zal niet zoveel gebeuren, ben namelijk geen topkok en heb een hekel aan dat geroer in die pannen) is het dus de eerste en de laatste keer als ik merk dat het een one way street is.

Wanneer ik een glaasje wijn krijg waarvan mijn kaakspieren spasmes krijgen, deel ik netjes mee dat dit niet echt mijn favorietje is en of er wellicht iets anders op voorraad is om door mijn keelgat te gieten.

(beetje dom lachen en wat aan mijn krullen friemelen helpt altijd)

Oervervelende verjaardagen ga ik gewoon uit de weg.

Idem dito met oervervelende kinderen.

Kortom, ik heb mijn hart op de tong.

Ik zeg wat ik van de dingen vind en ben behoorlijk direct.

De tijd om aardig gevonden te worden heb ik achter de rug.

Eelt op mijn ziel?

Misschien wel, maar ik heb in ieder geval geen hidden agenda.

What you see is what you get.

En dat idee heb ik nou niet bij onze allerbeste Saskia Noort.

Songfestival? Lachen man..

Een tikkie verveeld hing ik gisteravond op de bank en schonk het 4e glaasje wijn voor mezelf in.
De kinderen lagen (te laat) in bed, ik had een superleuk, langdurend telefoongesprek met mijn collegaatje achter de rug (vandaar het rappe tempo van de glaasjes wijn) en nu zat ik wat te zappen.
Ik bleef hangen op Nederland 2. Wetend dat ik bij Talpa, 10, begin en dan terug naar beneden zap wil dus zeggen dat er in mijn beleving geen ruk te zien was op de televisie.
Mijn netvliezen registreerden een stelletje kerels welke een zeer knappe verkleedpartij ondergaan waren.
Ze zagen er schrikbarend uit en het liedje wat ze te horen brachten was nog schrikbarender. Op de achtergrond zag ik een nieuwe uitvoering van een Kiss-outfit, compleet met sterrenmake-up en al. De leadzanger was het ergst, ik kon geen plekje huid vinden en zag dat hij een gitaar bespeelde met nagels die langer waren dan de slang van mijn stofzuiger…
(ik heb eens van die lange harsnagels gehad, probeer daar maar eens mee te typen… hoe kun je in Godsnaam dan een paar accoorden aanslaan???)

Eigenlijk vond ik dit super lachwekkend en het Songfestival deed even zijn saaie jasje uit.
Op zich wel humoristisch dat Finland eens het roer omgooit en zijn kop durft uit te steken door middel van dit optreden.
Reken maar dat er veel kritiek op zal komen!!
Ik heb in ieder geval behoorlijk zitten grinniken op de bank, mede door de wijntjes uiteraard.
Grappig genoeg kwamen 4 minuten later 3 huppelkutjes het podium oplopen en met veel billen en tieten geschut brachten ze een onverstaanbaar (fantasietaal??) nummer ten gehore.
Hoera voor Nederland.
De trutjes vielen compleet in het niet gezien voor hun optreden de rockband speelde en na hun performance Letland de kijker verraste met een net zo’n debiel nummer als dat van Finland, alleen zonder kostuums.
Ik heb wederom krom gelegen van het lachen.
De tekst zal deze heren uren hebben gekost om uit hun hoofd te leren.
Namelijk:

We are the winners
We are the winners of the eurovision
Vote!

Waarschijnlijk ben ik een paar woorden vergeten, maar veel zullen het er niet zijn.
Ik ben vanaf dat moment maar een beetje blijven hangen op Nederland 2.
Ik was toch wel erg benieuwd hoever Finland en Letland het zouden schoppen.
In de tussentijd dat de stemmen geteld werden, schonk ik mijn 6e glaasje wijn in en zag ik op mijn breedbeeld dat de presentator een duit in het zingzakje deed door zelf ook maar even een nummertje ten gehore te brengen.
Of het door de wijn kwam weet ik niet, maar ik vond het 3 minuten durende optreden met zijn smoelwerk groot in beeld niet bepaald een straf.
Volgens mij wastie Grieks of zo.
Hij had in ieder geval zo een wit gewaad aan kunnen schieten en een kransje op zijn hoofd kunnen plakken.
Zou hij zo voor een of andere godheid door kunnen gaan.
Toen hij ook nog begon te zingen dattie in love with me was en dat zijn droom uit kwam trakteerde ik mezelf maar op het laatste glaasje wijn.
Best leuk dat Eurovisie gedoe…
De telling was ondertussen gedaan en de zangadonis werd vergezeld door een vrouwelijke godin om de eindstand bekend te maken.
(Voor de heren volgens mij ook niet bepaald een straf om naar te kijken).
Een beetje gegiechel om het geheel spannend te houden volgde.
De envelopjes werden open gemaakt en langzaam aan werd bekend dat Finland en Letland gewoon in de finale zitten.
Is dat humor??
Ik vind van wel.

Ik wil ook een keertje zo’n songfestival presenteren.
Zou je dan extreem mooi moeten zijn of zou je extreem mooi moeten zingen.
Dat eerste gaat volgens mij best lukken.
Beetje goede belichting, beetje goede kapper, beetje mooie make-up en een waanzinnig lange, sexy jurk moet alle aandacht van mijn smoeltje kunnen afleiden.
Maar dat zingen, dat gaat me gewoon niet lukken.
Maar weet je waarom ik dat zou willen doen?
Omdat ik envelopjes wil weggooien.
Openscheuren, voorlezen wie erop staat en dan hopla…. Lekker nonchalant over je schouder het podium opsmijten.
Dat lijkt me leuk!!
Alle lampen gericht op mij.
Een soort verkapt vliegtuigje-vouwen-en-weg-gooien in het openbaar.
Ben alleen bang dat zo’n envelop op een of andere manier dan in het gezicht van mijn medepresentator komt of door een soort onverklaarbare luchtstroom zo weer voor mijn voeten landt.
Geeft me altijd nog een kans om voorover te bukken en deze handeling opnieuw uit te voeren….
(ondertussen houdt de regie zijn hoofd vast omdat mijn boezem, welke zo ontzettend opgepusht is, uit mijn gruwelijk mooie jurk dreigt te vallen, zo in het oog van de draaiende camera. Vervolgens hoor ik links en rechts een gevaarlijk ‘knappend’ geluid, welke ik registreer als de naadjes van mijn jurk. Deze naadjes konden het rechtop lopen handelen maar absoluut niet stevig genoeg zijn om uitgelezen enveloppen van de grond te rapen en weer het publiek in te smijten)

Nah… zo achteraf bekeken zit ik toch liever op de bank met een glaasje wijn.
Proost!

Uit de oude doos…

Gezien ik last heb van een zogenaamd writersblock, even een logje uit de oude doos:


Een taboe wat op het moment al een stuk minder taboe aan het worden is, is het hebben van een vibrator.Tijdens onze meidenavond werd de vraag natuurlijk gesteld wie er in het bezit was van een heuse dildo.De tarzans en andere bibberende speeltjes werden direct mondeling besproken en al gauw bleek dat 5 van de 7 meiden de eigenaresse was van dit soort volwassen speelgoed.

Ikzelf durf zonder enige schroom te vertellen dat ook ik in het bezit ben van dit soort genotsmiddelen.
In Amsterdam zit een heuse Bart Smit voor volwassenen (Zeedijk) die een wand van zeker 15 meter bekleed heeft met dildo’s.
Het begint bij klein en smal en hoe verder je loopt, des te groter ze worden.
Geweldig!
Onlangs waren wij daar eens naar binnen geglipt en algauw had ik een aardig formaatje te pakken, maar hoe verder ik liep, des te vaker werd het gebruiksvoorwerp omgewisseld voor een ander formaat.
Een jaartje geleden kreeg ik een ware badeend voor mijn verjaardag.
Ware grootte en zo geel als alleen een badeend kan zijn.
Met een touwtje, om op te hangen in je douche of badkamer.
Mijn kinderen vonden hem geweldig, niet wetend dat er een dopje op de achterkant zat waarmee je de eend kon laten vibreren.
Ik heb er wel eens mee in mijn handen gestaan maar de aanblik van een trillende eend kon ik niet aanzien.
Zo’n monster stop je toch niet tussen je benen!!
Nee.
Hij bleef heel decoratief aan de douchekraan hangen en werd niet gebruikt.
Wanneer ik op een avond bij mijn moeder kwam binnenwaaien om mijn ventjes op te halen deelde ze me vrolijk mee dat ze mijn douche had schoon gemaakt en dat ze die eend toch zo leuk vind, dat ik die haar ook wel voor haar verjaardag mocht geven!
Ik keek haar met een lichte frons aan en vroeg wantrouwend… wat wil je hebben???
“Ja!” Antwoordde ze fanatiek met een glinstering in haar ogen.
“Die badeend vind ik zo ontzettend leuk!!”
“Die wil ik ook!!”
Ik heb met een zachte, lage stem geantwoord:”Da’s een dildo, mam! Hij gaat trillen als je aan zijn staartje draait…”
Na die avond heb ik de andere speeltjes maar netjes in een kastje gelegd.
Voor het geval ze mijn bed gaat verschonen……

Babyboom???

Het is mooi weer.
De zon staat lachend aan de hemel en verwent onze bleke huid.
De meeste mensen trekken iets minder kleding aan en onze ogen krijgen een overdosis aan blote lange benen, diepe decolletés en blote schouders.
Voor mij persoonlijk is dat niet zo’n ramp, maar kan me voorstellen dat menig gezet persoon zich groen en geel ergert van jaloezie wanneer er weer een schaars geklede tiener voorbij giechelt.
Maar weet je waar ík me groen en geel aan erger??
Aan hoogzwangere vrouwen.
Ik kan er niets aan doen.
Er bekruipt me gewoon een niet te definiëren gevoel en dan kijk ik maar een andere kant op.
Geen jaloezie.
Absoluut niet.
Ik heb 6 jaar geleden gekozen om nooit meer kinderen te krijgen.
Door middel van nietjes zal dit dus ook niet meer gebeuren.
Een derde beebie zou mijn leven reduceren tot maximaal rolstoel gebruik en daar hoefde ik niet zo lang over na te denken.
No way.
Daar komt bij dat ik beebies helemaal niet zo leuk vind.
Kinderen over het algemeen trouwens niet.
Ik sta niet dolgraag op het schoolplein te juichen naar mijn voorbij hobbelende zoon, krom lopend van de ‘zware’ rugzak waar een lekkende schoolbeker in zit temidden van de verkruimelde Liga.
In de 5 minuten dat ik moet wachten heb ik 3 kinderwagens op mijn hakken gehad.
2 Stuurfietsen in mijn middel en ontelbare vragende medemoederogen van wie ik nou godsnaam de moeder ben.
Tegen de tijd dat ze met z’n allen hebben besloten wie het slachtoffer zal worden van de ondervraging zien ze me de straat uitlopen.
Aan beide zijden een hond en vooruit rennend een koter in zijn lievelingscamouflagebroek.
Maar terug naar die zwangere wezens.
Ik heb er niets mee.
Ik vind die buiken weerzinwekkend eng.
Het lijkt wel of tijdens de zwangerschap het brein van de vrouw deels inactief wordt.
Terwijl ze voorbij waggelen staren ze levenloos voor zich uit.
In de Albert Heijn zie ik ze achter een winkelwagentje lopen, nou ja, lopen…
Doordat het wagentje geduwd moet worden met handen in plaats van een buik, lopen ze met hun kont naar achteren en worden de boodschappen wijdbeens door de winkel geduwd.
In de Hema lopen ze ook.
Ze lopen ook op het pleintje, in de zon, ze zitten op terrasjes en ze lopen aan de overkant van mijn huis.
Ik zie ze overal!!
En ik moet ook altijd naar die buiken kijken.
Ik ben dan wel weer nieuwsgierig hoe hoog de broeken worden opgetrokken, waarschijnlijk net niet tot onder de oksels maar het zal niet zoveel schelen.
De uitpuilende navel steekt dwars door de t-shirts heen.

Mijn vriendin is op haar 42e zwanger geworden van haar nieuwe liefde.
Over 8 weken moet ze bevallen.
Ze vertrouwde mij toe dat ze soms dacht waar ze godsnaam aan was begonnen.
Haar oudste zoon is 20, de jongste 17.
Ze miste haar vertrouwde lage spijkerbroeken en haar maatje 36.
Maar ze had wel grote tieten!!
Aldus mijn vriendin.
Ik vertrouwde haar toe dat ik blij ben dat zij het is en niet ik.
Dat ik al zo ontzettend baal als ik ‘s nachts mijn bed uit moet omdat de kat zit te jammeren voor de buitendeur of dat de jongste een nachtmerrie heeft en die wat moederlijke aandacht opeist en dat ik nachtelijke avontuurtjes bestaande uit spenen, flessen melk en natte luiers graag aan haar overlaat.
Maar jaloers op die grote tieten ben ik weer wel.
Hoewel het mij niet sexy lijkt als mijn vent lekker in mijn tieten knijpt en er spuit een straal moedermelk regelrecht zijn oog in.
Vroeger, zo’n 13 jaar geleden was ik ook zwanger.
God, wat was ik mooi, werd er tegen me gezegd.
Zo’n mooie buik!
Ook de tweede zwangerschap bleek ik een zwanger model te zijn geweest.
Althans, dat zeggen ze…
Enige tijd geleden kreeg ik een foto in mijn handen gedrukt.
“Kijk eens hoe leuk!!” werd er gezegd.
Ik keek naar mezelf, een dikke buik werd verborgen onder een groot houthakkersshirt. Daaronder een (toen wel) modieuze zwarte legging.
(waarschijnlijk opgetrokken tot aan mijn oksels)
Ik moet bij het bekijken van die foto verschrikkelijk lachen, met een gewicht van pak weg zo’n 75 kilo voelde ik me de mooiste op de aardbol.
De krullen waren er even niet en met een schuin hoofd ik hield een paar sokjes lachend in de lucht.
Nog niet wetend dat ik een paar weken later met zweet op mijn voorhoofd en op elkaar geperste lippen tegen de verpleegster siste dat ik heus zelf wel wist dat mijn weeën pijn deden maar dat ik liever mijn tong eraf beet dan dat ik de andere vleugel in het ziekenhuis zou vervelen met mijn gebrul.
Twee weken later mocht ik mijn te kleine baby uiteindelijk ophalen in het ziekenhuis.
Hij woog toen precies 4 pond en keek met zijn nieuwsgierige kijkers brutaal vanonder zijn mutsje de wereld in.
Dat was 12 jaar geleden.

Ik doe mijn boodschappen en sta achter een, in mijn ogen, hoogzwangere dame.
Terwijl ze parmantig haar buik naar voren steekt kijkt ze me vragend aan.
In de regel zou ik nu moeten vragen hoe lang ze nog ‘moet’…
Yeah right…
Ik kan een opmerking in de trant van: “Je zal zeker nog wel even genieten van je uitslaapzaterdagochtend” nog net voor me houden.

Binnenkort moet ik op kraamvisite bij mijn vriendin.
Ik zal de kleine vasthouden en vol bewondering zeggen hoe mooi hij wel niet is, biddend dat ik hem niet moet laten vallen….

Shop till you drop

Ik heb de hele dag de tijd.
Ik hoef eigenlijk niets te doen.
Ik kan ook niet zo veel doen.
Nog zeker 5 weken te gaan voordat ik mag denken aan een beetje herstel.
De boeken glijden door mijn handen, heerlijk lezen, mijn gedachten wegstoppen zou de dokter zeggen.
Stephen King, Kluun, Saskia Noort.. ik heb ze in no time uit.
Het thuiszitten is duur, erg duur.
Pas nog een onwijs leren jasje aangeschaft, vanmiddag zag ik die camouflage broek.
(redenen te over waarom ik die moet hebben, past zo mooi bij mijn nieuwe wandelschoenen, zit vast lekker in het vliegtuig, ideaal voor op vakantie, bla bla bla)
De jongens hadden sokken nodig, je weet wel, van die korte sportsokjes.
Vriendlief moet toch echt een trainingsbroek en wat is dat shirt er leuk op!!!
Shop till you drop, zeggen de Engelsen.
Nou, ik dropte bijna.
Het gebeurde midden in de Hema.
De stemmen galmden door mijn kop en het was plotseling een stuk drukker dan 5 minuten geleden.
Mijn sjaggerijnigheidslevel daalde naar danger-zone en ik zei terwijl ik richting uitgang beende: “ik moet weg hier, ik word niet goed”
Mijn moeder dribbelde achter me aan en het broekje wapperde aan het hangertje welke ze nonchalant in haar hand hield.
Die zou mijn jongste zo leuk staan, dus die kreeg hij wel van oma.
“Zullen we nog even…” probeerde ze nog, maar één blik op mij en ze begreep dat ik geen minuut langer meer op de been kon blijven staan.
Met een paar passen stond ik buiten en snoof ik de ietwat frisse maar toch zo benauwde lucht in.
Nadat we de straat uit waren gelopen gaf mijn moeder een klein gilletje en keek ik haar kant op.
Ze stond stil met haar ene hand voor haar mond en haar andere hand hield ze omhoog in de lucht.
Met daarin het hangertje met de broek.
“oh jee.. ik ben helemaal vergeten…” stamelde ze.
Ik pakte haar bij haar bovenarm en dwong haar door te lopen.
Tsja, nu gaan we niet meer terug.
Eenmaal de hoek om schoten we zo ontzettend in de lach en stonden we de broek in de plastic tassen te proppen.
Thuisgekomen dook ik op mijn pijnstillers af.
De lachaanvallen deden een aanslag op mijn buik.

Lachen is gezond zeggen ze….
Wellicht moeten we dan maar wat vaker winkelen…

Sorry poes…

Grote katteogen keken verschrikt achterom voordat hij in de berm verdween.
Het getoeter van onze auto deed hem helaas niet wegrennen.
Hij bedacht zich en sprong terug de weg op.
Het moment dat hij onder de bumper van de auto verdween en het moment dat de wielen zijn lijfje raakten leken wel 10 seconden te duren.
Ik tuurde over de motorkap of ik hem toevallig zou zien wegrennen, terwijl het doodstil in de auto was.
Maar ik zag niets.
Toen kwam de eerste ‘bonk’ (de voorwielen), gevolgd door de tweede doffe bonk (achterwielen).
Alsof je over een klein drempeltje op de straat rijdt.
Ik keek achterom en zag zijn zwarte lijf languit op de straat liggen, zijn achterkant schokte enorm.
“Je moet terug! Je moet er nog een keer overheen rijden! Hij is nog niet dood!!” was mijn eerste reactie.
Een binnensmondse vloek en binnen een paar seconden was de auto gekeerd en zagen we het beestje liggen, midden op straat.
Het levenloze lijfje midden in het schijnsel van de grote koplampen.
Als een acteur in het midden van de spotlights.
Ik opende snel het portier en gleed uit de auto.
Eenmaal bij de kat gekomen, knielde ik naast hem neer en zag dat het beest op slag dood moest zijn geweest.
De wielen hadden hem goed geraakt.
Precies over zijn kop.
Die was verbrijzeld tot een platte schijf en het donkere bloed stroomde met grote kracht over het wegdek.
Daar konden we niets meer voor doen, ik pakte hem zo goed en zo kwaad als het ging op en legde hem in de berm.
Die zou snel gevonden worden.
Eenmaal terug in de auto vertelde ik dat we niets meer konden doen, met een akelig stille sfeer reden we terug naar huis.
Realiserend dat de volgende dag iemand tevergeefs zijn beestje zou gaan roepen….

Rust…

“U moet wel begrijpen dat het niet zomaar een griepje is, hoor!”
De opmerking van de bedrijfsarts bracht me rap terug naar de bewoonde wereld.
Ik had even zitten dromen over de dingen die waarschijnlijk niet kunnen plaatsvinden.
In mei zou ik met mijn vriendinnetje een herhalingscursus van parachutespringen doen…
Overmorgen op en neer Den Bosch racen om mijn vriendinnetje op te halen van het station…
Nog een keer met mijn mannen naar de film, ‘t is tenslotte vakantie..
Mijn nog te kopen wandelschoenen inlopen voor onze trip naar de andere kant van de wereld…
De trip naar de andere kant van de wereld..
“Wanneer u niet toegeeft aan de strikt voorgeschreven bedrust” ratelde de arts verder, “kan ik u vertellen dat uw herstel geen 6 weken gaat duren, maar 6 maanden! En zo te zien bent u een behoorlijk actief vrouwtje. Wellicht kunt u uw partner vragen u enigszins wat af te remmen…”
Ik knikte wat afwezig en lachte schaapachtig…
Tuurlijk.
6 weken.. ik was toch echt van plan mijn ouwe leventje tegen die tijd toch wel weer in de hand te hebben…
Ik vroeg hem hoe hij tegen onze geplande vakantie aankeek, nog 2 maanden te gaan namelijk…
“Nou, realiseert u zich dat u deze vakantie niet zo zal beleven als u gewent bent..”
“Wellicht is meditatie goed voor u, zo kunt u rust krijgen in uw hoofd, dat voorkomt stress omdat uw hoofd bezig is met de dingen die u zou willen doen”
De woorden galmden nog na in mijn oren toen ik weer in mijn karretje zat op weg naar huis.
Rust in mijn hoofd… bij 6 weken absolute lichamelijke rust 5% herstel per dag…

Raar woord eigenlijk.. rust..
rust (de ~)
1 toestand van ontspanning na arbeid, moeite of inspanning <=> drukte
2 het ongemoeid zijn, het vrij zijn van drukte, last of hinder <=> onrust
3 stilte
4 pauze tijdens een wedstrijd => halftime
5 (~en) pauze in een muziekstuk, versregel
6 steunpunt van een hefboom

Thuisgekomen, heb ik even snel een bliksembezoek gebracht aan de meiden op kantoor. Met klotsende oksels en trillende vingertjes uiteindelijk maar in de auto gestapt op weg naar huis. Daar mijn wasje gedaan, de beesten eten gegeven, mijn weekendtas gepakt voor de komende dagen, een lijstje gemaakt voor de boodschappen en de droger leeggeruimt.

Misschien kan ik nu heel eventjes rusten voordat ik de boodschappen ga doen en de honden ga uitlaten en voordat ik…..

Melk goed voor elk???

Vandaag hing ik hijgend en verbaasd over de balie van de Green Health store.
Mijn buurvrouwtje wist me te overtuigen dat ik daar een middeltje moest halen om mijn darmflora te verbeteren.
Een antibiotica is gif, dat wist ik, maar dat het je complete darmflora overhoop haalt, wist ik niet.
Dat ik de afgelopen weken tranen met tuiten pers op het toilet om een strontkegeltje van 1 cm doorsnee te creeeren komt door de medicijnen, dacht ik…
De aardige dames van deze winkel brachten mijn ‘kennis’ op gezond gebied bij.
Of moet ik zeggen dat ze mijn kennis naar beneden hebben gehaald….
Om een lang verhaal kort te maken komt het hier op neer.
Yakult drinken is water naar de zee brengen, volgens hun.
Er zitten duizenden bacterieen in je darmen, Yakult brengt daar amper verbetering in.
Oke, daar zit wel wat in.
Maar dat doodgewone melk niet goed voor je is??
Mijn koters drinken liters per dag!
Ik vind het geweldig!!
Melk is goed voor elk!!
Toch??
Na enig speurwerk op internet las ik dit:

Koemelk heeft verder de eigenschap dat de reststoffen ervan het lichaam extra belasten.
Het geeft verslijming van de luchtwegen, kan darmklachten en huidklachten veroorzaken.
En dan kan melk, afhankelijk van de kwaliteit, ook nog een dioxinebelasting veroorzaken waardoor ook de lever het nodige te verwerken heeft.
Veel minder reststof problemen geven aangezuurde melkproducten als yoghurt en kwark.

Daar gaat mijn theorie.
Morgen op naar de Albert Heijn!!
Kwijlend denk ik aan de vanillekwark, aardbeienkwark, vanille yoghurt, boerenyoghurt met kilo’s suiker…. en met volle tassen ren ik dan ook even bij de dames van de Green Health store naar binnen om ze te bedanken voor hun tip..
(ik denk dat ik weg laat dat ik stug mijn cappucino blijf drinken en dat die melk met sinasappelsmaak wel heel erg lekker is.. )

Zonne-allergie??

Antibiotica doet veel met een mensenlijf.
Met de mijne in ieder geval wel.
Of het nou door de ziekte komt, of door het gif, ik heb moeite met mezelf zijn.
Als de wekker gaat, hijs ik mezelf uit bed, worstel de kids naar school en kruip lekker naast mijn warme kerel terug het bedje in. We hebben nog een kleine dag samen, dus hoe langer in bed hoe beter.
Om een uurtje of 11 hoor ik dat ik nog maar even lekker moet blijven liggen, hij haalt vast broodjes..
(*kreun*… dit is zó lekker om te horen)
Ik realiseer dat ik een verlenging van de nacht heb liggen maken door zo vast te slapen dat ik gewoon door droom en moeite heb met wakker worden.
Een paar uurtjes later slenteren we (doorlopen gaat nog niet) door het dorp richting viskraam, om onszelf te vergrijpen aan de warme vis.
‘s Middags plof ik neer in de tuinstoel en geniet van de zon. Door het lezen word ik een beetje lui, schuif mijn bril op mijn haar en laat de zon mijn huidje likken.
God, wat lekker.
Huidkanker? Me hoela! dacht ik nog…
Heel even kan vast geen kwaad…
De waarschuwingen op de bijsluiter van mijn medicijnen flitsten voorbij maar ik weiger in de schaduw te kruipen.
Normaal gesproken lig ik van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat aan het water te bakken, dus heel eventjes mag toch wel?

Een half uurtje later besluit ik om een bezoek te brengen aan mijn overburen welke ‘toevallig’ bestaat uit een kledingzaakje.
Soms moet je jezelf kietelen en die behoefte werd groter en groter.
Ik wil een nieuwe tas.
En die hebben ze daar ook.
Hele leuke.
Binnenkort vertrekken we voor een kleine maand naar de andere kant van deze rottende aardbol, dus daar moet een tas voor komen, natuurlijk.
Ik glipte de winkel in, kreeg een bak koffie in mijn handen gedrukt en terwijl ik uitleg waarom ik een poosje uit de roulatie was, viel mijn oog op een leren jasje…
Hij hing daar tussen de shirts en de broeken.
Ik keek de verkoopster aan, beet op mijn onderlip en kreunde hard.
“Ik kwam voor een tas” mompelde ik naar haar maar trok toch deze gruwelijk mooie creatie aan en besloot terwijl ik de stof over mijn armen voelde glijden dat ik hem wilde hebben.
Ik was bijna dood!
Misschien ga ik wel bijna dood…
Ik moet toch genieten, heb ik mezelf zovaak verweten terwijl ik in het ziekenhuis lag…
Dan gaan we dat genieten dan maar eens onderstrepen…
En een leren jasje kan je altijd aan, met een shawl in de winter, over een topje in de lente, casual, sjiek…
Terug naar huis, kaartje eraf, truitje uit en jasje aan.
Ik draaide een paar maal rond voor de spiegel en zuchtte van genot.
Sinds een lange poos voel ik me weer lekker.
Mijn gezondheid gaat tergend langzaam de goede kant op, het deed pijn vriendlief op de motor te zien vertrekken maar de afgelopen dagen waren heerlijk, ik loop weer op de zogenaamde wolken en nu dit jasje….
Terwijl ik naar mijn gezicht kijk valt mijn mond langzaam open.
In de winkel beet ik regelmatig op mijn onderlip omdat hij een beetje prikte, mijn voorhoofd deed ook al zeer en het wrijven over mijn vingers hielp het steken niet ophouden.
Ik keek naar mezelf en zag een onderlip welke richting overdreven veel botox neigde en waar Patty Brard strontjaloers op zou worden (en nu ben ik al goed bedeeld door moeder natuur wat lippen betreft)
Ik zag een voorhoofd waar de aftersun van zou weglopen en een neus die niet meer in mijn gezicht past.

In no-time wist ik wat er aan de hand was.
De zon had aan me gelikt, oh ja….
De antibiotica ook….
Damn… zonne-allergie..

Resultaat: een opgezette kop boven een waanzinnig mooi jasje…

(Mijn moeder zegt altijd: Tsja zus, je kunt niet alles hebben….)

Morgen maar even afwachten en anders moet ik mezelf maar troosten… ik heb nog altijd geen tas…